3de en 4de leerjaar

Thema België boven

2015-12-03
03/12/2015

Bij de uitwerking van het thema ‘België Boven’ werd de werkvorm ‘Samenwerkend leren’ gebruikt. Hier is de noodzaak voor leerlingen om bij het uitvoeren van een leertaak met elkaar samen te werken. De klas wordt ingedeeld in kleine, heterogene groepen leerlingen, in deze coöperatieve leergroepen moeten zij met elkaar discussiëren over de leerstof, elkaar uitleg en informatie geven, elkaar overhoren en elkaars zwakke kanten aanvullen.

De achterliggende gedachte van deze vorm van leren is dat kinderen niet alleen leren van de interactie met de leerkracht, maar ook van de interactie met elkaar. Samenwerkend leren is niet geheel gericht op de ontwikkeling van de eigen persoonlijkheid en kennis, maar juist ook om de ander verder te helpen met de kwaliteiten die het kind zelf al bezit. Binnen samenwerkend leren worden de leerlingen uitgedaagd om zelf initiatief te nemen, elkaar te helpen en problemen samen op te lossen. De leerkracht doet hierbij zelf bewust een stapje terug. Het werken aan een gedeelde verantwoordelijkheid is vaak voor beide partijen een uitdaging. Het vraagt dan ook om een geleidelijke opbouw.

De leerling werkte met een partner aan een deelonderwerp van België. Elk groepje houdt een schriftelijk verslag bij. Na enkele werksessies presenteerden de groepjes het eindresultaat aan de klasgenoten en leerkracht. Tenslotte werd het eindproduct door de klas en de juffrouw geëvalueerd; maar ook besteedden we aandacht aan het proces.

Ieder groepje stelde het deelonderwerp van België voor op zijn/haar manier. Bijvoorbeeld door een interview, een PowerPoint, een gesprek, …

De deelonderwerpen van België:

  1. onze koning, Filip
  2. Typische lekkernijen van België
  3. Belgen zijn feestneuzen
  4. Beroemde Belgische gebouwen
  5. Bovenste beste Belgen
  6. Pientere Belgen
  7. De koningen van ons land
  8. Brussel

Zowel voor de leerlingen als voor de juffrouw was een geslaagde werkvorm. Het stimuleerde de betrokkenheid en de actieve deelname van de leerlingen. Er was veel variatie in werkvormen. Ze leerden veel van en met elkaar. De ontwikkeling van sociale vaardigheden verliep heel natuurlijk. De juffrouw maakte gebruik van het vermogen van leerlingen om elkaar te helpen waar nodig.

Een dikke proficiat voor iedereen!